Mechelen: woensdag, 24 juni 2026
De brandweer van de stad Mechelen bestaat in 1952 uit een gemengd korps, een vaste kern beroepskrachten en een deel vrijwilligers. Het beroepskorps werd in de loop van het jaar 1952 van
19 op 23 man gebracht. Waaronder: 1 bevelhebber, 2 officieren, 1 sergeant, 1 d.d. sergeant,
2 d.d. korporaals en 16 manschappen.
De bevelhebber vanaf 1950 was Jozef Thues. Daarnaast waren er luitenant Paul Noëz, sergeant-majoor Eduard Cluytens, sergeant De Buyzer, en korporaal De Wael.
Sergeant Baptiste Foste werd vanaf 1 mei 1952 op pensioen gesteld, brandweerman Wens werd geschorst vanaf 11 juni. In hun vervanging werd voorzien door twee tijdelijke brandweermannen vanaf 16 augustus 1952 aan te stellen.
Het vrijwilligerskorps bestond uit 35 man waaronder: 1 luitenant, 1 onderluitenant, 1 sergeant, 2 korporaals en 30 manschappen.
Totaal komt dit uit op: 23 + 35= 58 manschappen.
Onderstaande foto werd genomen op de koer van de gemeenteschool in de Ieperleestraat.
Onderstaande personen maakten toen ook deel uit van het korps, alleen is het niet evident om de juiste naam op de juiste foto te plakken.
Op 29 mei 1953 werd door bevelhebber Jozef Thues een jaarverslag openbaar gemaakt.
Oefeningen en dienstregeling
De twee compagnies van het beroepskorps, elk van 10 manschappen + 1 officier, verzekeren om beurt de dienst gedurende 24 uren, onder leiding van de bevelhebber.
In de loop van 1952 kregen de manschappen van het beroepskorps ook de nodige opleidingen .
Gewestelijke groep
In uitvoering van art.5 van het KB van 15 maart 1935, is Mechelen het centrum van een gewestelijke groep. Deze groep bestond uit volgende gemeenten: Mechelen (centrum), Bonheiden, Heffen, Hombeek, Leest, Walem, O.L.Vrouw-Waver, St.Kat-Waver, Rijmenam, Keerbergen, Muizen, Weerde en Zemst.
Al deze gemeenten waren contractueel aangesloten bij het centrum Mechelen waarvoor zij jaarlijks een vast recht van 2,50 Bf. + 1.000 Bf. per oproeping moesten betalen.
Het vaandel
Het vaandel van de brandweer berust bij de korpsoverste. Het is het zinnebeeld van eendracht en moet aanzien worden als
het verheven sysmbool van de korpsgeest en de plicht voor elke brandweerman om dit te respecteren.
De wacht van het vaandel bestaat uit een korporaal-vaandeldrager en twee brandweermannen welke hem begeleiden. Het wordt gedragen bij:
Wanneer bij een rouwstoet een Belgisch vaandel aanwezig is zal het vaandel van de stedelijke brandweer achter het eerste gedragen worden op een afstand van vier meter.
Alle brandweerlieden die een meerdere ontmoeten, moesten groeten zodra deze op zes stappen genaderd was. De rechterhand aan de klep of helmrand juist boven het rechteroog, de vingers gestrekt. De groet moest steeds ongedwongen uitgevoerd worden.
Wanneer een officier een kamer of lokaal in de kazerne binnen kwam, riep men: Tot de orde. Op dat moment namen alle manschappen de houding aan en zwegen. Aan een brand werd alleen gegroet door de overste.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell